|
De eerder vermelde instructies vallen allen onder de rubriek
"SCSI Block Commands" in de volgende diagram.
De SCSI Primary Commands (SPC) staat boven al deze basis
instructies. Tezamen vormen ze de basis voor SCSI samenwerking.
Vanaf de SCSI-3 specificatie moet alle SCSI apparatuur SPC
ondersteunen omdat anders het doel van werkelijke samenwerking
in het niets verdwijnt. Tezamen vormen zij ook de instructie
basisset voor alle SCSI controllers. Met de opkomst van
SCSI-3 en Fibre Channel waaiert de protocol laag uit in
verschillende directies. Het is de typische taak van de
SCSI controller om de juiste protocol weg af te handelen.
SCSI Interlock Protocol handelt de meest voorkomende, SCSI
Parallel Interface, af en SCSI Fibre Channel Protocol handelt
de Fibre Channel taken af. Voor de opkomst van SCSI-3 werd
alles via de SCSI Paralel Interface afgehandeld omdat dat
het enige protocol was.

Figuur 1: Schematisch
overzicht
Deze ontwikkeling is belangrijk: SCSI (per SCSI-3) scheidt
de basis SCSI instructie set van de protocollen en aansluitingen
waardoor niet alleen Fibre Channel technologiën maar
ook zaken als FireWire (IEEE 1394) omvat wordt. Het bovenstaande
overzicht mist, vreemd genoeg, FireWire bij de Protocol
en Interconnect sectie maar zou daar wel moeten staan. SCSI
ondersteunt nu vier bekabelings standaarden, ieder met hun
verschillende eigenschappen en mogelijkheden.
- SCSI Parallel Interface (SPI) is de traditionele SCSI
interface die we intussen allemaal al kennen. Vanaf SCSI-3
zijn er wat leuke zaken toegevoegd voor een verbeterde
performance maar is nog steeds compatible met SCSI-2 specificaties.
- IEEE 1394 (FireWire) wordt steeds populairder omdat
het een simpele connectie toestaat (klein, seriele connector
wat ideaal is voor electronica en mobiele apparatuur)
terwijl de doorvoersnelheid ligt op 100MB/sec en hoger.
- Fibre Channel Arbitrated Loop (FCAL of FC-AL) is iets
wat je waarschijnlijk niet tegenkomt of je moet toevallig
werken met zeer zware high-end systemen.
SCSI TYPES
Zoals hierboven vermeld zijn er 3 smaken van SCSI technologie
van waaruit een grote groep specifieke implementaties zijn
ontstaan. Terwijl het lijkt alsof de SCSI terminologie voor
altijd vastzat aan nieuwe combinaties of afleidingen van
termen als "wide", "narrow", "fast",
"ultra", etc., is het belangrijk om te weten dat
achter deze technologiën een ideale SCSI standaard
schuilgaat. Het is het waard om deze drie afleidingen te
bekijken omdat het je zal helpen te begrijpen hoe deze technologie
door de tijd heen beweegt. SCSI is door de jaren heen uitgegroeid
en ontwikkeld tot verschillende variaties van zichzelf.
Deze SCSI types verschillen in een aantal belangrijke punten
waarbij de meest in het oog springende verschillen zijn:
Kabel lengte limitaties/vereisten en maximum snelheid.
SCSI-1
Met een kloksnelheid van 5MHz, een 8-bit bus en 5MB/s doorvoersnelheid
wist deze oude en overbodige SCSI technologie geeks over
de gehele wereld het kwijl uit de mond te laten lopen. Eerst
alleen aangeduid als SCSI (aangezien er nog geen vervolgstandaard
was) was het een aanpassing van SASI (de Shugart Associates
Systems Interface). Ontstaan in 1979 was de technologie
gericht op nemen van afstand van kop:cylinder:sector adressering
in de richting van logical block adressering. De SCSI aanpassing
behield dit terwijl bus arbitration en disconnect/reselect
functies werden toegevoegd. Command Signaling werd afgehandeld
door de bus door middel van single-ended signaling.
Single Ended:
Deze term refereert aan een type SCSI bus. Tot voor kort
waren de meeste apparaten waren single-ended. Deze apparaten
zijn gelimiteerd door het SCSI-1 protocol dat een totale
lengte van 6 meter voor de bus heeft. Deze limiet geld
van aansluiting op de controller tot het apparaat.
Differential: Deze vorm
van SCSI bus en apparatuur gebruikt een 2de draad voor
het signaal over de bus. Deze extra draad staat toe dat
de maximum bus lengte opgeschroeft kan worden tot 25 meter.
In SCSI-2 en SCSI-3 implementaties, wordt differential
signaling ook wel HVD signaling (High Voltage Differential)
genoemd. Deze apparatuur is niet compatibel met single
ended devices. LVD (Low Voltage Differential) is een andere
vorm van diferentieel signaleren dat volledig tot zijn
recht komt in SCSI-3 implementaties.
De meeste SCSI-1 implementaties (en veel SCSI-2 implementaties)
waren single-ended. Dit was geen probleem totdat SCSI kloksnelheden
omhoog gingen. Met verhoogde kloksnelheden, werdt singnalering
van on/off statussen steeds moeilijker om te doen over lange
afstanden. Dit is waarom, zoals je beneden zult zien, dat
wanneer SCSI-1 en sommige SCSI-2 gebaseerde single-ended
technologiën sneller worden de maximum buslengtes korter
worden.
SCSI-2
SCSI-2 kan gezien worden als voorbode op wat komen gaat.
De ontwikkeling hiervan begon namelijk al voordat SCSI-1
als officiële standaard werd geaccepteerd door ANSI.
SCSI-2 is de perfect benaming omdat het zo'n beetje alles
van SCSI-1 probeerde te verdubbelen. SCSI-2 verdubbelde
de bandbreedte tot 10MB/sec en met de opkomst van "Wide"
SCSI werdt de bus verdubbeld van 8 naar 16-bit waardoor
de bandbreedte werdt verhoogd naar 20MB/sec. Kabel terminatie,
de plaag van SCSI, veranderde van passief (SCSI-1) naar
actief.
Waarom terminatie? Iedereen die in de support heeft gewerkt
en het plezier heeft gehad om met oudere SCSI installaties
en apparatuur (lees Macs) te mogen werken hebben de volgende
vraag miljoenen malen horen stellen: "Is de SCSI bus
getermineerd?" Dit is een vreemde taal voor mensen
die nog nooit fatsoenlijke SCSI apparatuur hebben gehad
omdat IDE/ATA technologiën niet in een "ketting"
aangesloten worden. Omdat een SCSI bus zoveel verschillende
apparatuur kan bevatten is signalering op de bus een ramp
als het signaal niet getermineerd zou worden oftewel voorkomen
werdt dat het signaal zou blijven rondgaan. SCSI-1 gebruikte
een simpele fysieke terminator in de vorm van een paar weerstanden
om dit soort lijn ruis te stoppen. Op het moment dat SCSI-2
arriveerde en snelheden verhoogd werden was een schone en
betere oplossing nodig en actieve terminatie via verhoogde
weerstanden en voltage regelaars verschenen op de markt.
Omdat SCSI bus terminatie de oorzaak was/is van zoveel problemen
zullen we hieronder een en ander bespreken onder "Bus
terminatie en SCSI id's."
Drie belangrijke SCSI-2 implementaties zijn op de markt
verschenen:
- Fast SCSI: Fast SCSI verbeterde de SCSI standaard
door het verhogen van de timing op de bus van 5MHz naar
10MHz. Dit verdubbelde de theoretische maximum snelheid
op de bus naar 10MB/s
- Wide SCSI: Deze vorm behaalde ook 10MB/s doorvoersnelheid.
Echter niet door het verdubbelen van de kloksnelheid
maar door de verdubbeling van de bandbreedte van 8 naar
16-bits.
- Fast Wide SCSI: Verbeterend op de bus snelheid voegde
Fast Wide SCSI de voordelen van "Fast" en
"Wide" SCSI-2 technologiën. Vandaar dat
Fast Wide SCSI een 10Mhz kloksnelheid en een 16-bits
bus hebben voor een doorvoersnelheid van 20MB/s.
Deel 3 De opkomst van
SCSI-3
|