Voer een zoektekst in:
Op het web Op Aesir.nl

INFORMATIE

Home

Download
   FloppyT (Mirrored)
   FloppyT modules (Mirrored)
   Overige Downloads

Documentatie
   FloppyT HOWTO
   RAID Gids
   Active vs Passive FTP
   SCSI Technieken
   Wireless Networking beveiliging

Artikelen
   Linux mythen en fabels
   Netwerkbeveiliging met FloppyT
   Review FloppyT 0.9

Vaste prik
   Dagboek van een Geek
   Geekworld

Resources
   FloppyT Forum
   FloppyT FAQ (Officieel)
   FloppyT FAQ (Onofficieel)
   FloppyT Links
   Links

Bazar
   Software
   Hardware
   Boeken
   Diversen

SCSI TECHNIEKEN -Deel 4 SCSI connectoren en de plaag van SCSI
TYPES SCSI CONNECTOREN

Er zijn verschillende types SCSI connectoren die je kunt vinden aan SCSI apparatuur. Teveel om ze allemaal te behandelen in dit document. Internet apparaten zoals CD-Rom spelers en harde schijven worden verbonden met een flat cable, vergelijkbaar met die van (E)IDE systemen. Het verschil tussen SCSI kabels en (E)IDE kabels is niet alleen de pinbezetting en specificaties maar ook de connectoren zelf verschillen. Een standaard (E)IDE kabel is 40 polig met 40 doorvoer kabeltjes (ter vergelijking, ATA66 is 40 polig en heeft 80 doorvoer kabeltjes). Een interne SCSI kabel varieert echter, afhankelijk van het type SCSI bus er gebruikt wordt en de type apparatuur welke hierop aangesloten wordt. Enkele veel voorkomende varianten zijn 50 pins, 68 pins en 80 pins. 1 type van interne connector/adapter die jullie server gurus waarschijnlijk veel tegenkomen is de Single Connector Attachments adapter, oftewel SCA. Dit is de meest gebruikte adapter in een hot-swappable SCSI RAID setup. De adapter voorziet niet alleen in de data paden naar de drives, maar deze functioneerd tevens als de stroom aansluiting. Elke drive heeft zijn eigen 80-polige SCA adapter die aangesloten wordt op een SCSI backplane die wordt aangestuurd door een SCSI controller.

Externe connectoren verschillen ook veel van elkaar afhankelijk van het SCSI type wat wordt geïmplementeerd.

Oudere Sun Microsystems apparaten waren geïmplementeerd met DD-50SA connectoren die bestond uit 3 rijen pinnetjes waarbij pin 1 rechtsboven begint en pin 50 linksonder eindigt.

 

Nieuwere SCSI-2 apparatuur gebruiken een ook 50 pins (50HD, High Density) aansluiting maar dan in een andere opzet. Ze bestaan uit 2 rijen waarbij pin 1 rechtsboven begint en pin 50 linksonder.

Daarnaast zijn er ook nog apparaten die gebruik maken van de centronics aansluiting die vrijwel hetzelfde lijkt als de aansluiting op parallelle aparatuur. Ook hier worden weer 50 pinnetjes in twee rijen gebruikt waarbij wederom rechtsboven pin 1 begint en linksonder bij pin 50 wordt geëindigd.

 

Tot slot zijn er nieuwere apparaten (zoals die SCSI-3 en Wide SCSI-3 gebruiken) die de 68 pins connector gebruiken (68HD, High Density) vaak genoemd: SCSI-3 86-Pin Centronics Connector VHDCI. Deze bestaat ook uit 2 rijen Waarbij pin 1 rechtsboven en pin 68 linksonder staat.

De redenen waarom er verschillende dichtheden (density) en connectoren zijn, zijn uiteenlopend en variëert met de specificaties van het SCSI type wat de apparatuur probeert te ondersteunen.

BUS TERMINATIE EN SCSI ID'S

Er zijn twee zaken die nieuwe SCSI gebruikers vaak plagen en soms zelfs gevorderde gebruikers. Bus terminatie en SCSI id's. SCSI id's zijn, simpel gezegd, een aantal unieke ID's welke worden toegewezen aan elk apparaat up een bus. Ze kunnen van 0 tot 15 varieren afhankelijk van welk SCSI type er wordt gebruikt waarbij de meeste controllers op SCSI id 7 staan. Deze id's moeten uniek zijn ten opzichte van elk aan dezelfde bus aangesloten apparaat. Is dit niet het geval dan heb je kans dat geen enkel apparaat aan de bus wil werken totdat het conflict is opgelost. Het id instellen op een apparaat gaat over het algemeen met jumpers alhoewel er ook apparaten zijn met zogeheten dials die op het juiste id geklikt moeten worden. Consulteer de documentatie die bij het apparaat hoort voor je ze in gaat stellen.

Ik wil even aanstippen dat er binnen de SCSI id techniek een item is genaamd SCAM. SCAM staat voor SCSI Configured AutoMatically wat in de SCSI wereld werd beschouwd als Plug and Play (of beter gezegd Plug and Pray) waarbij de SCSI controller (met behulp van wat extra software) id's dynamisch toewees aan de apparatuur. In een omgeving zonder oude apparatuur heeft dit veel zin maar heelaas was het een miskleun. Als 1 device dit niet ondersteunt kan SCAM niet gebruikt worden. Daarnaast wilden sommige gebruikers totale controle hebben over wat voor id de apparatuur had. In sommige gevallen was dit zelfs noodzakelijk (zoals met zeer oude cd brand software). In nieuwe apparatuur wordt SCAM niet eens meer ingezet maar wees er op bedacht dat in sommige oude apparatuur dit nog ingesteld staat en derhalve uitgeschakeld moet worden.

Bus terminatie is precies zoals het klinkt, een terminatie van de bus. Op een lager level is het het dempen van signalen op de bus. Terminatie moet op beide einden van de bus geïmplementeerd worden. Een vaak voorkomende vergissing is dat er getermineerd wordt op het laagste en hoogste id in de bus maar dat wil niet altijd zeggen dat deze apparaten ook daadwerkelijk de fysieke einden van de bus zijn. Omdat apparatuur als in een daisy chain (achter elkaar) aangesloten zijn moet het vrij simpel zijn om de eerste en laaste apparaat (niet de controller vergeten in deze situatie) te vinden. Bus terminatie kan op verschillende manieren gebeuren. De meest voorkomende zijn apparaten die zelf kunnen termineren, fysieke bus terminatoren en zelfterminerende SCSI kabels. De meeste nieuwe SCSI apparaten die de laatste tijd op de markt zijn verschenen zijn in staat om zichzelf te termineren. Wanneer je deze gebruikt moet je zeker weten dat wanneer je deze aansluit in het midden van de chain de terminatie uitgeschakeld is omdat anders apparatuur verder aan de chain niet herkent en gebruikt kunnen worden of zelfs problemen veroorzaken. Fysieke terminatoren zijn stukjes hardware die aan de uiteinden van de kabel bevestigd moeten worden. Er zijn verschillende varianten die verschillen in prijs en kwaliteit en in type aansluiting. De twee belangrijkste groepen, ongeacht hun aansluiting type, zijn actief en passief. Passieve terminatoren gebruiken de stroom signaal op de SCSI bus om te werken terwijl de actieve een voltage regulator heeft welke acurater is. Zelf terminerende SCSI kabels zijn, zoals hun naam al aangeeft, kabels die de bus kunnen termineren zonder een fysieke terminator. Deze zijn echter vrij duur en worden het meest gebruikt in geclusterde omgevingen waarbij 2 hosts gekoppeld zijn aan hetzelfde fysieke apparaat (bv 2 servers die geclustered zijn en dezelfde fysieke harddisk benaderen). De terminator op een kabel mag niet verder dan 4 inch verwijderd zijn van het laatst aangesloten apparaat

Als dit simpel klinkt dan klopt dit. Maar mensen die nieuw zijn met SCSI en zelfs mensen die dagelijks met SCSI werken vergeten soms deze twee simpele maar zeer belangrijke punten van de SCSI technologie. Als je problemen hebt met je SCSI apparatuur is het raadzaam om eerst de terminatie of id settings na te kijken.

Deel 5 IDE versus SCSI en de toekomst

© 2003 Walther Ligtvoet. Powered by Linux, Apache, Perl and MySQL.